paashaas met drie oren

 

Dit leek me hét weekend om paasfiguren te maken, dus ik griste meel van de plank en gist uit de koelkast voordat ik gisteren naar mijn geliefde fietste.


De zon is om zeven uur op tegenwoordig; een half uurtje later stond ik dan ook al een deegje te kneden in de keuken. Best geel, dat meel, dacht ik. Ik keek op de zak. Durumbloem. Aha. Per ongeluk duremmeel meegenomen van thuis, maar achteraf gezien heel passend. Wat is er mooier dan paashazen van gele durumbloem. (Kamutbloem zou ook kunnen trouwens. Allebei te koop bij de molen of in de natuurvoedingswinkel.)

slinger sliert om ei
Het deeg heeft een uurtje in de ochtendzon gestaan. Toen heb ik twee paashazen gevormd en nog vier kleine haasjes en kuikentjes.
Alle dieren kregen een huidje van eistrijksel. Ze mochten nog rustig een uurtje nasoezen in de ochtendzon voordat ik ze in de oven stopte.

Hoe kom ik op een paashaas met drie oren? Gevonden in 'Mehr Freude und Erfolg beim Brotbacken' van Anneliese und Gerhart Eckert (1983, Falken Verlag, Niederhausen).
Je slingert een sliert deeg om een ei. Je plakt nog een kortere sliert deeg boven tegen de slinger aan en snijdt deze sliert diep in zodat er twee oren ontstaan, je plant ergens een oogje in het deeg en ziedaar: een haas met ei en met drie oren of misschien met twee oren en een achterpoot of misschien met twee oren en een zak met lekkers op de rug, verzin het maar.

De kuikentjes en haasjes ken ik al heel lang als paasfiguurtjes. Ze zijn te simpel voor woorden. Je maakt een lange dunne sliert, slingert deze om zichzelf heen, knikt het laatste uiteinde (kuiken) of legt dat uiteinde in een hoek van 45° vanaf de bol, snijdt dat uiteinde diep in: een haasje.

Wie de paasfiguren voor de brunch serveert, kan de werkwijze van hierboven volgen, dat wil zeggen: beginnen met een deegje te kneden na het opstaan.
Wie de paasfiguren wil serveren voor een ontbijt, die kan het deeg ook de vorige avond vast maken. Gebruik iets minder gist en/of zet het deeg op een koele plek weg. Sta op paasochtend op, vorm de broodjes en bak ze na een uur.

geef de haasjes een huid van eistrijksel

 

 

ingrediënten (voor 5 paashazen of voor 15 kleine haasjes, kuikentjes)

 

 

werkwijze

- doe de bloem in een kom, meng het zout door de bloem, leg de gist middenin, los deze een beetje op in een scheutje water, voeg dan meer water toe (altijd wat achterhouden), meng alles goed, voeg eventueel nog wat water toe (durummeel en kamutmeel behoren tot de zogenaamde harde tarwesoorten; ze nemen veel vocht op), stort het mengsel op het aanrecht en kneed een soepel deeg
- stop het deeg terug in de kom, laat het minstens een uur rijzen, er moet flink werking in zitten
- vet de bakplaat in of bekleed deze met bakpapier
- verdeel het deeg in de gewenste stukken
- maak voor de paashazen een grote bol en een kwart bolletje; maak een lange sliert van de grote bol door deze plat te maken, dubbel te vouwen en dit nog een keer dubbel te vouwen en dan uit te rollen tot sliert, slinger deze om het ei (rechts onder, links boven); maak een sliertje van de kleine bol, leg deze tegen het linkse uiteinde; snijd de kleine sliert diep in tot oren; doe een rozijn ergens tussen de beide slierten en de haas is klaar.
- voor de kleine figuurtjes: maak een lange sliert, draai deze om zichzelf, leg het laatste uiteinde languit - en snijd dit diep in - of knik het om; geef respectievelijk het haasje en het kuikentje een oog
- bestruik alle dieren met eistrijksel
- geef ze een narijs van 30-60 minuten, ze moeten zacht aanvoelenen nu paasontbijt
- bak ze in voorverwarmde oven van 200°-220° (afhankelijk van de soort oven; hetelucht is feller) in 15-25 minuten bruin en gaar
- laat ze uitdampen op een rek

(eind maart 2010 volgt een luxe paasbrood)

gele kruim door durumtarwe